Begin 19e eeuw had Nederland politie in de steden en veldwachters voor buiten de steden. Er kwam behoefte aan een centraal aangestuurd bereden politiekorps. Een met militaire structuur. Deze nieuwe politieorganisatie moest de orde handhaven, zorgen voor de naleving van wetten en de veiligheid van grenzen en grote wegen bewaken.

Beginperiode Marechaussee

Als soevereine vorst ondertekende de latere koning Willem I het besluit tot oprichting. Het Corps de Marechaussée was daarmee op 26 oktober 1814 een feit.

In 1908 wijst koningin Wilhelmina de beveiligingstaak van de Koninklijke Paleizen toe aan de Koninklijke Marechaussee (KMar).

Vanaf 1919 maakte de inmiddels Koninklijke Marechaussee deel uit van het politiebestel. Samen met de gemeentepolitie, het Korps Politietroepen en de Rijksveldwacht. De Rijksveldwacht en de Koninklijke Marechaussee vervulden rijkspolitiediensten. Een situatie die tot 1940 zou voortduren.

Tweede Wereldoorlog

Op 5 juli 1940 verloor de Marechaussee de status ‘Koninklijke’. Op last van de Duitse bezetter ging de Marechaussee namelijk op in de burgerpolitie. Daarmee verloor het ook de militaire status. De Rijksveldwacht en Gemeenteveldwacht werden opgeheven en ondergebracht bij de Marechaussee. Daardoor ontstond buiten de steden 1 Rijkspolitiekorps onder de naam Marechaussee.

Buiten Nederland bleef de naam Koninklijke Marechaussee wel voortbestaan. Zo’n 200 marechaussees verzorgden tijdens de bezetting onder meer de beveiliging van de Koninklijke familie in Engeland. En ze vervulden politiewerk bij de Prinses Irenebrigade.

Na de bevrijding in 1945 kreeg de Marechaussee de status ‘Koninklijke’ weer terug. Net als de status militair politiekorps, met zowel militaire als civiele taken. Daarnaast handhaafde de regering 1 politiekorps op het platteland, het zogeheten Korps Rijkspolitie. Dit korps bleef de oude Rijksveldwacht en Gemeenteveldwacht vervangen.

Inzet Marechaussee

De politietaken van de Koninklijke Marechaussee zijn in 1988 vastgelegd in de Politiewet.
Het Korps Rijkspolitie is in 1994 opgeheven. Het maakte plaats voor de regionale politie en het Korps Landelijke Politiediensten (de huidige Nationale Politie). De Rijkspolitie droeg de politie- en beveiligingstaken op de burgerluchtvaartterreinen toen over aan de Koninklijke Marechaussee.

Op 3 juli 1956 werd prinses Beatrix benoemd tot Schutsvrouwe der Koninklijke Marechaussee. Zij opende in 1998 een nieuw stafgebouw van de Marechaussee, de Koningin Beatrixkazerne in Den Haag.

In 1998 werd de Koninklijke Marechaussee een zelfstandig krijgsmachtdeel.

Een wijziging in de Politiewet moest in 2007 duidelijk maken hoe de Marechaussee mag optreden richting burgers. De Marechaussee kreeg volledige opsporingsbevoegdheid, maar bleef zich richten op de eigen Marechausseetaken.

Ook nam de Marechaussee geregeld deel aan buitenlandse missies. Een van de grotere missies was de politietrainingsmissie in Afghanistan. Van 2011 tot 2013 trainde Nederland zo’n 700 politieagenten in de provincie Kunduz. In juli en augustus 2014 zette Defensie de Marechaussee in tijdens de repatriëringsmissie in Oekraïne.

Nieuwe standaard

Koning Willem-Alexander reikte in oktober 2014 een nieuwe standaard van de Marechaussee uit. Op het vorige exemplaar uit 1931 stond de tekst: ‘Wapen der Koninklijke Marechaussee’. De Marechaussee is sinds 1998 geen ‘wapen’ meer van de landmacht, maar een zelfstandig krijgsmachtdeel. Naast ‘Koninklijke Marechaussee‘ staat op het doek ook het oprichtingsjaar 1814 en het monogram van koning Willem-Alexander (WA). Het was de eerste standaard van de gehele krijgsmacht die de koning uitreikte.

In 2014 vierde de Koninklijke Marechaussee haar 200-jarig bestaan in het bijzijn van schutsvrouwe prinses Beatrix. Op de Wapendag verscheen een historisch boek van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie over 200 jaar Marechausseegeschiedenis: ‘Een krachtig instrument: de Koninklijke Marechaussee 1814-2014’.